U bent hier: Home » Woord

Woord

Muzikanten leren noten lezen en spelen een instrument. Woordkunstenaars (of acteurs of vertellers of standuppers of cabaretiers of improbeesten of…) lezen, verzinnen en spelen teksten én hebben ook instrumenten.

Een lichaam! Een stem!

Rond die instrumenten draait het allemaal in de woordafdeling.
Alles begint in de lagere graad:

Kinderen (8 tot 12 jaar) volgen AVV ofte Algemene Verbale Vorming

1 uur per week ga je op ontdekkingstocht...
… doorheen klankenland (je leert alle klanken juist uitspreken)
… op zoek naar het fantasiebeest (een beest in je hoofd dat we gaan wakkerschudden en trainen tot het een heel sterk, maar goedaardig monster wordt).

Op deze tocht kom je langs leuke articulatieoefeningen (ramalama lama kadinge diding didong!), woord- en bewegingspelletjes, gekke, bekende, onbekende, korte en minder korte gedichten, waanzinnige verhalen en de ontroerendste en grappigste toneelstukjes.

Een reis voor alle kinderen die graag babbelen, spelen, bewegen en vertellen, die elk jaar eindigt met een spetterend optreden.


Na de lagere graad begint de pret pas echt...
In de middelbare graad volg je maar liefst twee vakken: drama en voordracht.

In de les drama train je vooral dat ene instrument: je lichaam. Je lichaam wordt een lijf, een echte aanwezigheid op het podium, die beweegt in groep of alleen, die emoties uitdrukt. Je leert ook hoe dat instrument één geheel vormt met dat andere instrument: je stem.

Het fantasiebeest wordt van stal gehaald en getraind tot het een prijsbeest wordt.
Drama = grote groep, improviseren, fantaseren, onderzoeken, proberen, maken, … en spelen, spelen, spelen,….

In de les voordracht wordt er met tekst gewerkt. Gedichten, columns, sprookjes, verhalen, moppen, recepten,… als het maar geschreven staat.
Hoe ga je hem vertellen? Heb je daarbij muziek nodig? Welke kostuums trek je aan? Doen we het met of zonder decor? Vertel je alleen of met een hele groep? En het allerbelangrijkste: hoe zorg je ervoor dat het publiek aan je lippen hangt?

In het derde jaar van de middelbare graad volg je niet langer drama, maar toneel.
Je leert meer over personages, transformeren, samenspelen, …
 

Volwassenen starten in de middelbare graad

Zij volgen twee vakken: verbale vorming en voordracht of toneel of welsprekendheid.

Tijdens de les verbale vorming ben je vooral bezig met techniek: een correcte uitspraak, juiste ademhaling, duidelijke articulatie, goede lichaamshouding. Je werkt aan alle technische vaardigheden die je nodig hebt bij het spreken voor een (groot of klein) publiek.

Naargelang je motivatie of doel, volg je naast de les verbale vorming 1 uur voordracht (zie boven), toneel (zie boven) of welsprekendheid.

In de les welsprekendheid leer je hoe je je zo helder mogelijk kan uitdrukken. Via improvisaties, discussies, groepsgesprekken, rollenspelen, (voorbereide) opdrachten, … krijg je inzicht in wat voor jou de beste manier is om zo helder, maar tegelijkertijd zo persoonlijk mogelijk, met ‘het gesproken woord’ om te gaan. Welsprekendheid = spreken, interviewen, presenteren, debatteren, verwoorden,…

Tenslotte kom je in de hogere graad terecht.

In de hogere graad volg je voordracht en/of toneel en/of welsprekendheid (telkens 1 uur)

Er wordt geanalyseerd, gediscussieerd, gequizt, gekeken, beluisterd, nagedacht, gepraat… over theater, poëzie, schrijvers, regisseurs, films, thema’s, genres, scenografie,… Ook ga je samen met de hele klas naar een aantal voorstellingen kijken.